geschiedenis


De eerste Nederduytsche Academie
In het begin van de 17e eeuw waren kunstzinnige vorming en vermaak een zaak van de Rederijkerskamers, genootschappen voor de gegoede burgerij. In 1632 splitste een kleine groep, waarvan Brederode, Coster en Hooft deel uitmaakten, zich af en stichtten een eigen genootschap. Zij wilden meer aandacht aan het toneel besteden en in plaats van het gebruikelijke latijn de eigen landstaal gebruiken. Hun motto werd ‘Door Yver In Liefde Bloeyende’.

De eerste schouwburg
In 1638 werd een houten schouwburg geopend aan de Keizersgracht, ontworpen door Jacob van Campen. Speciaal voor de opening schreef Joost van de Vondel de ‘Gysbrecht van Aemstel’. Deze voorstelling was vanaf dat moment lange tijd de traditionele openingsvoorstelling van het nieuwe jaar.

Op 11 mei 1772 brandde dit gebouw tot de grond toe af. Om een grotere lichtopbrengst op het toneel te krijgen had men het aantal kaarsen, in die tijd de enige lichtbron, verdubbeld. Het gevolg was dat de gordijnen vlam vatten.

Het Leidseplein
In 1774 werd een nieuwe schouwburg geopend op het Leidseplein. Ook dit gebouw was geheel van hout. In de periode dat Napoleons soldaten door Amsterdam marcheerden veranderde de schouwburg meerdere malen van naam en was afwisselend Staats-, Hof- en Stadstheater. Om geluidsoverlast van paarden en koetsen op het plein te voorkomen werd de schouwburg in 1874 voorzien van een stenen buitenmuur. Ook werden de gevels verfraaid met beeldhouwwerken en kreeg het gebouw een streng classicistisch uiterlijk.

Ook deze schouwburg ging in vlammen op. Op 19 februari 1890 zorgde een groots vuurwerk op het Leidseplein voor een grandioos spektakel. Later die nacht veranderde de Schouwburg in een grote vuurzee. Waarschijnlijk was een smeulende voetzoeker de oorzaak van de brand. lees meer >>

kijk ook op wikipedia >>